Slalom

De boot vaart in een rechte lijn; aan weerszijden van het vaarpad liggen in totaal zes boeien. De skiër moet om deze boeien slalommen; als een passage met succes is volbracht gaat de skiër nogmaals door het parcours, nu met een verhoging van 3 km/h. De maximumsnelheid is afhankelijk van de categorie waarin de skiër meedoet, voor heren is dit 58 km/h. Als deze maximumsnelheid is bereikt wordt de skilijn successievelijk ingekort van 18.25m tot 10.75m,  steeds met 50 cm per keer. zo wordt het steeds moeilijker om de slalomboeien te bereiken, aangezien deze op 11.5m van de middellijn liggen. Bij de slalom komt het op techniek en ritme aan, maar wat extra lichaamslengte is ook erg handig.

Figuren

De skiër krijgt tweemaal 20 seconden om zoveel mogelijk figuren te maken, variërend van draaien om de eigen as, sprongen over de skilijn en allerhande salto’s. Professionele skiërs lukt het om tussen de 18 en de 22 figuren in 20 seconden te maken. Bij figuren is snelheid en behendigheid belangrijk. Het is een bijzonder technisch onderdeel dat veel trainingsuren vergt.

Schansspringen

De deelnemer die het verst over de schans springt wint dit onderdeel. Herkenbaar en spectaculair voor het publiek en bijzonder spannend. De snelheid van de boot is afhankelijk van de skiër.Voor de heren een maximum van 57 km/u. De snelheid van de skiër zelf kan echter wel het dubbele bedragen, omdat hij diagonaal op de schans af skied en scherp aansnijdt. Het wereldrecord ligt iets boven de 70 meter.
Tijdens de wedstrijden wordt ook een algemeen klassement opgesteld: de overall. Door de in de verschillende onderdelen behaalde scores om te rekenen naar punten en op te tellen wordt de ‘overall’ winnaar van een wedstrijd bepaald.

Wakeboarden en Wakeskaten

Deze relatief jonge sport is ontstaan door met een surf plank achter een waterskiboot te surfen, men kwam er achter dat deze ook uitermate geschikt was om over de hekgolf van de boot(wake) te springen.

het Doel van de sport is om binnen een run zoveel mogelijk trucks te doen, hoe beter je deze uitvoert, hoe meer punten. Uiteraard speelt de moeilijkheidsgraad ook een belangrijke rol. Om zo ver te komen dat je een scala aan tricks kan, begin je eerst met over één hekgolf te springen “een one wake jump”. Van hieruit ga je telkens verder tot je over de 2 hekgolf komt “een wake to wake” en later om je as spinnen en over de kop gaan.

Bij wakeskaten geld eigenlijk het zelfde, je zit alleen niet vast met je voeten op je board, wat alles een stuk lastiger maakt.

0